Rendement op eigen vermogen voor windprojecten geen vetpot

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat legt elk najaar in haar SDE+-brief aan de Tweede Kamer heel goed uit hoe de SDE+ werkt. SDE+ is de Stimuleringsregeling voor Duurzame Energie, een vergoeding die exploitanten ontvangen voor het verschil tussen de gemiddelde kostprijs per opgewekte kilowattuur hernieuwbare energie en de marktprijs voor energie.

Met andere woorden vergoedt de SDE+ de “onrendabele top”. Dit maakt windprojecten rendabel maar anders dan sommige partijen suggereren betekent dit geen vetpot. ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland) rekent in opdracht van het ministerie deze onrendabele top elk jaar per windcategorie netjes uit.

Echter, ECN mag van het ministerie en van Brussel een flink aantal kosten niet meenemen in deze berekening. Die kosten worden geacht gedekt te worden door het rendement op eigen vermogen (Return On Equity of “RoE”) van de exploitant op het project. Om hiermee om te gaan wordt het RoE in de berekeningsmethode van ECN voor het bepalen van de onrendabele top kunstmatig hoog gehouden.

Het leidt te ver om dit soort details voor één SDE+ optie allemaal in de bovengenoemde SDE+-brief te zetten, dat snap ik ook wel. Richting het algemene publiek geeft het kunstmatig hooghouden van de onrendabele top echter een erg vertekend beeld van het werkelijk rendement op het eigen vermogen van windprojecten. Daarom heeft de NWEA-Subcommissie Financiën een inzichtelijk diagram hierover gemaakt, zie de afbeelding hiernaast.

Dit diagram is gemaakt met de uitgangspunten die ECN hanteert voor het berekenen van de onrendabele top van een windpark in windcategorie I (windsnelheid gemiddeld meer dan 8 m/s). Het geeft aan dat het werkelijke rendement op het eigen vermogen van een gemiddeld windpark in windrijke gebieden neerkomt op gemiddeld 4,7%, en dus niet op 14,5% zoals in het ECN basisbedragenadvies lijkt.

Dit komt doordat kostenposten zoals ontwikkelkosten en omgevingskosten niet door ECN worden meegenomen in de berekening van de onrendabele top. Exploitanten van windenergie houden voor een gemiddeld windproject in een windrijk gebied dus 4,7% aan rendement op hun eigen vermogen over om het niet-onaanzienlijke ondernemingsrisico te dragen. En dat is dus geen vetpot.

Karen Kooi-de Bruijne,
Branchespecialist Wind op Land NWEA