Zienswijze NWEA op Ontwerp Structuurvisie Wind op Land

Met de Ontwerp Structuurvisie Wind op Land wordt een belangrijke stap gezet om een grootschalige uitrol van wind op land mogelijk te maken en daarmee de realisatie van 6.000 MW in 2020, constateert NWEA in een zienswijze op het Ontwerp.

Wel vindt NWEA dat er nog geen adequate oplossing is om bij te sturen wanneer blijkt dat de doelstellingen niet gehaald worden en vraagt NWEA zich af of de genoemde locaties uiteindelijk wel echt zullen optellen tot 6.000 MW.

Uit een eerste monitoring door bureau Bosch en Van Rijn blijkt dat het sterk de vraag is of met de ruimtelijke reserveringen uit de Structuurvisie er uiteindelijk echt 6.000 MW in 2020 gerealiseerd kunnen zijn. Immers voor 30% van de in de Ontwerp Structuurvisie genoemde locaties geldt een ‘zwaar concurrerend belang’ en voor nog eens 20% ‘enig concurrerend belang’. Dit staat nog los van knelpunten vanwege andere wettelijke beperkingen. NWEA pleit er dan ook nogmaals voor om 2000 MW meer ruimte te reserveren. Dat geeft de optie van maatwerk door provincies en gemeenten en biedt ook duidelijkheid aan alle stakeholders - van initiatiefnemer tot omwonenden - waar in de toekomst windparken verwacht kunnen worden. Deze aanvulling op de Structuurvisie kan parallel lopen met de aanvulling die nog moet komen omdat de provinciale gebieden nog niet optellen tot 6.000 MW en (mogelijk) uit de doorrekening van de verhoogde doelstelling van 16% duurzame energie. Zo wordt voorkomen, meent NWEA, dat er nu vertraging in het proces ontstaat en kan de Structuurvisie in zijn huidige vorm vastgelegd worden voor de gebieden waarover al duidelijkheid bestaat, waarna overheden en sector aan de slag kunnen om de verloren tijd van de afgelopen jaren in te halen.

NWEA vindt dat de naleving van de bestuurlijke afspraken tussen het Rijk en de provincies goed gemonitord moet worden en dat de afspraken indien nodig bijgestuurd moeten worden. Maar over deze mogelijkheid van bijsturen en de wijze waarop dat gedaan zou kunnen worden, wordt in de Structuurvisie Wind op Land helaas nergens gesproken. Andere punten waarop NWEA in de zienswijze ingaat zijn onder meer de aansluiting op het net, de noodzaak voldoende middelen binnen de SDE+ beschikbaar te hebben om de ambitie uit de Structuurvisie waar te maken en de hoogte van de grondvergoedingen die het RVOB rekent.