Groningen moet meer ruimte reserveren om 855,5 MW te halen

NWEA spreekt in haar zienswijze aan de provincie Groningen haar waardering uit voor het snelle initiatief om meer ruimte te bieden aan windenergie dan voorheen en dit in beleid te verankeren. Om de ambitie van de provincie Groningen om 855,5 MW windenergie te kunnen verwezenlijken is volgens NWEA voldoende ruimte nodig.

Eerder heeft NWEA al aangegeven dat de door de provincie aangewezen oorspronkelijke POP-gebieden voor 750 MW om verschillende redenen onvoldoende ruimte bieden. De recente MER voor de Ontwerp Structuurvisie Wind op Land bevestigt deze mening door te stellen dat de bestaande POP-locaties in Groningen ca. 555 MW kunnen herbergen in plaats van 750 MW. Om te komen tot de gewenste 855,5 is er veel extra ruimte nodig. De nieuwe Ontwerp Partiële Herziening voorziene uitbreiding van de twee POP-gebieden Delfzijl en Eemshaven moet daarom niet alleen voorzien in ruimte voor de extra 105,5 MW.

NWEA onderkent het door de provincie genoemde belang voor het realiseren van een optimaal testveld. De gekozen locatie voor testfaciliteiten ten westen van de Eemshaven roept echter vragen op. Uit de studies van Pondera die ter visie liggen blijkt ook dat de locatie Geefsweer en Eemshaven Zuid Oost onderzocht zijn. Geefsweer is één van de meest windrijke locaties en ruimtelijk één van de meest geschikte gebieden in Groningen om windenergie te realiseren. Het is voor NWEA onduidelijk op welke wijze de locaties beoordeeld zijn en waarom geen overleg met marktpartijen heeft plaatsgevonden.
NWEA bepleit dat de provincie minder in detail de invulling van testvelden definieert om zo flexibel mogelijk ruimte te bieden aan potentieel geïnteresseerde kennisinstituten die een testveld willen realiseren.