Reactie NWEA wetsvoorstel STROOM

In reactie op de internetconsulatie van STROOM, het voorstel voor de nieuwe elektriciteit- en gaswet, stelt NWEA dat de verantwoordelijkheid voor risico’s moet komen te liggen bij partijen die die risico’s het best kunnen managen en beïnvloeden.

Voor wind op zee is dat in het huidige wetsvoorstel niet het geval. Daarmee mist het de juiste prikkel voor de transmissiesysteembeheerder om de netaansluiting op tijd op te leveren en de transportcapaciteit in stand te houden. NWEA stelt voor deze prikkel in de wet op te nemen door te stellen dat schadevergoedingen uit de verlies- en winstrekening van deze beheerder moeten worden betaald. De risico’s voor ontwikkelaars en financiers zijn bij het huidige wetsvoorstel onaanvaardbaar groot. De aansprakelijkheids- en schaderegeling door een vertraagde of uitvallende verbinding moet volgens NWEA in deze STROOM-wetgeving volledig worden geregeld. Ook mist er nog een garantieregeling en regeling van een goede dataverbinding in de wet.

Wind op land: stopcontacten en flat rate

Wat betreft wind op land juicht NWEA het toe dat de voorgestelde aanpassingen in de Elektriciteitswet de combinatie van ‘stopcontacten’ en een flat rate voor wind op land mogelijk gaan maken. Samen met de mogelijkheid om (goedkopere) enkelvoudige kabel- en lijnverbindingen aan te leggen waar dat vanwege de belasting van het net kan, kan dat leiden tot flink dalende kosten per netaansluiting en dalende maatschappelijke kosten. NWEA vindt dat de ‘stopcontacten’ voor wind op Land zo snel mogelijk moeten worden gerealiseerd in die gebieden die door de provincies planologisch zijn aangegeven om in 2020 in totaal 6.000 MW wind op land operationeel te kunnen hebben.

Onwenselijk vindt NWEA het om direct al artikel 27 van de Elektriciteitswet te schrappen, de 10MVA-grens, die met name bedoeld is om kleinere projecten makkelijker realiseerbaar te maken. NWEA acht het logischer éérst het voorgestelde vernieuwingspakket van flat rate en stopcontacten door te voeren en pas na evaluatie daarvan te bekijken of de <10 MVA grens nog nodig is of niet voor de financiële haalbaarheid van kleine duurzame initiatieven als dorpsmolens en dergelijke.

NWEA onderschrijft de opmerkingen uit de reactie van PAWEX die gaan over de rechtsbescherming. Zo bestaat het risico dat de onafhankelijke positie van de ACM wordt ingeperkt. Daarnaast kan sprake zijn van ongewenste inperking van de rechten van ‘afnemers’.

Provinciale coördinatieregeling

Ook vindt NWEA het een gemiste kans dat in het nieuwe wetsvoorstel de provinciale coördinatieregeling niet goed is opgenomen. De provincie is bevoegd gezag voor de uitvoeringsbesluiten, maar komt pas aan bod voor het maken van een inpassingsplan als de gemeente niet meewerkt. NWEA stelt voor om, net als bij de Rijkscoördinatieregeling, het in de nieuwe wet zo te regelen dat de provincie de bevoegdheid tot het nemen van de uitvoeringsbesluiten van een windpark van 5 tot 100 MW op verzoek van een initiatiefnemer kan overnemen ingeval een gemeente niet van haar bevoegdheden gebruik wil maken.