Visie NWEA op windenergie op zee

Hieronder staat de visie van NWEA op windenergie op zee. De volledige visie van de brancheorganisatie staat hier.

 

Met een sterke groei van windenergie op zee reduceert Nederland snel en efficiënt de uitstoot van CO2. Windenergie op zee kan aan een substantieel deel van de Nederlandse energievraag voldoen. NWEA wil windenergie op zee grootschalig inzetten om zo veel mogelijk energie tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden op te wekken om zodoende te komen tot minimaal 33% duurzame opgewekte energie in 2030.

Voortzetten overheidsbeleid en sterkere samenwerking met sector

Het overheidsbeleid dat is opgezet om grootschalige windenergie op zee mogelijk te maken kent een succesvol begin met veel biedingen op de eerste tender. De overheid maakt het mogelijk dat de windparken kunnen worden gebouwd via de benodigde wet- en regelgeving, vergunningen, site data en het subsidiemechanisme. De marktpartijen zorgen ervoor dat de parken er komen en de doelen voor kostenreductie worden gerealiseerd.

Studies van TKI Wind op Zee laten zien dat het in het Energieakkoord afgesproken doel van 40% kostenverlaging in 2020 ruimschoots wordt gehaald. Mede daarom wordt er ook internationaal met veel interesse naar het Nederlandse systeem van sterke overheidssturing gekeken. Voor de toekomst is het belangrijk dat we vasthouden aan deze succesvolle koppeling van marktuitrol (overheid) en kostprijsreductie (markt).

Dit wordt nog krachtiger bij een sterkere samenwerking tussen de windenergiesector en de overheid, zoals bijvoorbeeld in de UK wordt gehanteerd[1]. Niet alleen een adviserende rol bij de beleidsontwikkeling maar juist een gedeelde verantwoordelijkheid tussen sector en overheid zorgt ervoor dat kostenreducties eerder worden behaald en subsidies kunnen worden verminderd.

Opschalen tenderbeleid

Nederland heeft een groot potentieel voor windenergie op zee. Het waait daar veel, de Noordzee is relatief ondiep en (mede daardoor) goed bebouwbaar. Ook ligt de Noordzee centraal t.o.v. de Noord-Europese elektriciteitsmarkt waardoor de opwek van windenergie relatief dichtbij de afzetmarkt plaatsvindt. Dit stelt ook het Nationaal Waterplan, waarin staat dat er nu al voor 17 gigawatt (GW) (bruto) aan ruimte voor windenergie op zee is aangewezen. Dit komt neer op een netto potentieel van ongeveer 12 GW[2].

Het Energierapport geeft zelfs aan dat Nederland een technisch potentieel van 34 GW heeft op haar deel van de Noordzee. Nederland zou met dit potentieel een belangrijke elektriciteitsexporteur kunnen worden. Al enige tijd wordt er gesproken over het gebruiken van de Noordzee als duurzame energiebron, met de Energy Odessey als concreet voorbeeld.

Hierin is de potentie voor offshore windenergie op de gehele Noordzee geschat op 250 GW: 25.000 windmolens met ieder een capaciteit van 10 MW. Nu 6 juni 2016 alle EU Ministers van Energie de Political declaration on energy cooperation between the North Seas Countries hebben getekend, is de concrete uitwerking van dergelijke plannen een grote stap dichterbij gekomen.

Windenergie op zee kan snel en grootschalig worden gerealiseerd. Het opschalen van de productie van duurzame energie is de komende jaren hard nodig om het doel van een CO2-arme samenleving in 2050 te kunnen halen. Gelukkig is de potentie hiervoor op de Noordzee enorm. NWEA wil daarom vol inzetten op windenergie op zee en heeft als ambitie om vanaf 2020 minimaal 10 gigawatt (GW) extra vermogen te realiseren tot een totaal van 15 GW vergund vermogen aan windenergie op zee in 2030. Dat betekent dat vanaf 2020 er elk jaar 1 GW extra aan windenergie op zee getenderd moet worden[3].

Gebaseerd op de verwachtingen voor het elektriciteitsverbruik in 2030, zal windenergie – op zee én land samen – 50 tot 70% van de elektriciteitsproductie voor haar rekening nemen[4]. In de ogen van NWEA is dit nodig om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Tegelijk gaat het om een betaalbare oplossing omdat windenergie zich zal bewijzen als kosteneffectieve energiebron. Door opschaling door Nederland wordt windenergie op zee leidend voor de Noordwest-Europese marktintegratie voor elektriciteit.

Kostenreductie en innovatie

Windenergie op zee wordt de komende jaren snel goedkoper: al vóór 2030 kan deze energiebron kosteneffectief worden[5]. Volgens NWEA kan huidige ambitie (van 40% kostendaling in 2020) verder worden doorgetrokken naar een kostendaling van 60% in 2030[6]. Voorwaarden daarbij zijn 1) continuïteit van overheidsbeleid; 2) volumegroei en 3) blijvende innovatie inspanning.

De ervaring laat zien dat elke verdubbeling van het volume een kostenreductie geeft van 20%[7]. Dit werkt ook andersom: wind op zee zal sneller groeien naarmate het goedkoper wordt en daarmee steeds beter concurreert met fossiele energie. Een continu groeiproces geeft de mogelijkheid om in de hele keten standaardisaties te kunnen doorvoeren, met verdere besparingen als resultaat.

Continuïteit van overheidsbeleid en opschaling van het uitroltempo van windenergie op zee zijn daarbij essentieel. Dit beleid werpt in Nederland nu al zijn vruchten af. Naast de verwachting dat de 40%-doelstelling al vóór 2020 gehaald zal worden acht NWEA ook een kostenreductie van 60% in 2030 haalbaar. Deze ambitie van NWEA is in lijn met het “Offshore Wind cost reduction statement” dat WindEurope voorafgaand aan de Europese top in juni 2016 heeft opgesteld[8].

Tot slot is innovatie essentieel om kostenreducties te behalen. NWEA vindt het belangrijk dat er vanuit de overheid blijvend aandacht en ondersteuning is voor innovatie. Ook het IBO rapport geeft deze aanbeveling. Dit is niet alleen voor wind op zee van belang, ook voor wind op land levert dat verdere kostprijsreductie op.

Werkgelegenheid en opleiding

Windenergie op zee levert een enorme impuls voor de economie en de exportpositie van Nederland, en daarmee voor de werkgelegenheid. De offshore (maritieme) sector heeft in Nederland van oudsher een sterke internationale positie die een leidende positie heeft opgebouwd op het gebied van offshore windtechnologie.

Daarnaast wordt subsidie voor windenergie voor een belangrijk deel in Nederland zelf uitgegeven terwijl dit bij andere (duurzame) bronnen veelal minder in Nederland terechtkomt. NWEA acht de kans daarom groot dat genoemde economische voordelen (versterking exportpositie, werkgelegenheid) van de Noordzee als powerhouse van Noordwest-Europa voor een groot deel in Nederland terecht komen.

Zeker ook regionale havens kunnen profiteren van deze ontwikkeling. De verwachting is dat de werkgelegenheid in Nederland groeit van 2150 banen in 2010 naar 10.000 banen in 2020[9]. Een groei van meer dan 10 gigawatt (GW) tussen 2020 en 2030 betekent een verveelvoudiging van dat aantal banen. In het kader van het SER Energieakkoord wordt op dit moment onderzoek naar de exacte groei gedaan.

Nederland moet wel stappen zetten om deze kansen in de markt waar te maken. De capaciteit in de toelevering zal moeten groeien en de keten moet sluitend worden gemaakt door het binnenhalen van een vestiging van een kabelfabrikant en een grote turbinefabrikant in Nederland. Daarmee complementeert en versterkt Nederland zijn windsector én halen we werkgelegenheid binnen.

Daarnaast is inzet van Nederland op versterking en verbreding van voldoende opleidingsfaciliteiten voor windenergie van belang. Nu al is er in Nederland een algemeen gebrek aan voldoende technisch geschoold personeel. Dit geldt ook voor de windenergiesector. Om onze ambities voor verdere groei waar te kunnen maken, is het nodig dat er spoedig voldoende en kwalitatief goede opleidingen voor specialisten in de windsector zijn, op alle niveaus (MBO, HBO en WO). NWEA zal hier een bijdrage aan leveren in samenwerking met TKI Wind op Zee.

Samen met belanghebbenden

Wind op zee is een maatschappelijke innovatie welke NWEA in samenwerking met alle betrokken en relevante partijen wil realiseren. Visserij, scheepvaart, gas en olie operations, recreatie, haven- en badplaatsen en andere duurzame (energie)bronnen willen samen de Noordzee gebruiken. Daarbij realiseert NWEA zich ook het belang van de Natuurlijke waarde die de Noordzee heeft.

Goede samenwerking en afstemming met de andere Noordzeelanden is nodig voor een goede en efficiënte benutting van de Noordzee voor energiewinning.

De windsector zal de realisatie van wind op zee doen volgens de principes en normen van MVO, voor wat betreft veiligheid, natuurbescherming en sociaal beleid.

 


[1] OWIC: Offshore Wind Industry Counsil

[2] Dit is berekend aan de hand van de verhouding bij de Borssele kavels, waar 2000 MW als bruto potentieel werd gezien en er uiteindelijk 1400-1460 MW wordt gerealiseerd.

[3] Het Energieakkoord gaat uit van het realiseren van een park tot vier jaar na het afgeven van de vergunning. Wanneer vanaf 2020 elk jaar 1 GW wordt getenderd, is er dus in 2030 12 GW en in 2033 15 GW aan windenergievermogen operationeel.

[4] Hierbij gaan we uit van 12 GW opgesteld vermogen op zee en 4000 vollasturen en 8-10 GW op land met 2500 vollasturen, in 2030.

[5] Met kosteneffectief wordt bedoeld dat de baten (geen CO2, minder zorgkosten, werkgelegenheid etc.) voor Nederland hoger zijn dan de lasten (investeringen, subsidie etc.).

[6] Het Energieakkoord gaat uit van kosten van windenergie op zee van 150 €/MWh in 2014, inclusief netkosten, prijspeil 2010. NWEA gaat bij de berekende kostendaling uit van de huidige prijzen voor olie en staal, en de huidige rentes op de kapitaalmarkt.

[7] Annex by Offshore Wind cost reduction statement, WindEurope, 6 June 2016

[8] Offshore Wind cost reduction statement, WindEurope, 6 June 2016

[9] TKI Wind op Zee en SER Energieakkoord