Windturbines en vogels, gaat dat wel samen?

Uit rapporten van onder meer het Wereld Natuur Fonds blijkt dat windturbines slechts een klein deel van de vogelslachtoffers veroorzaken die door menselijk handelen om het leven komen. Naar schatting 1 tot 2 procent van het aantal dat door het verkeer wordt getroffen. Ook sterven in Nederland veel meer vogels door te toedoen van katten dan door de wieken van windmolens.

Een Amerikaanse vogelorganisatie becijferde eerder dat van elke 10.000 vogels die sterven door menselijk handelen er één sterft door windenergie. Gif, verkeer, hoogspanningsleidingen, huisdieren etc. kosten veel meer slachtoffers. Het streven is natuurlijk wel om het aantal vogelslachtoffers nog verder te beperken. Bij het ontwikkelen van een windpark wordt daarom altijd naar de vogelstand gekeken en naar de verstoring van de leefomgeving ter plekke. Windturbines mogen bijvoorbeeld niet gebouwd worden in vogelrijke gebieden. Deze habitatgebieden zijn uitgesloten.

Uit een uitgebreid Brits onderzoek (zie artikel in The Guardian) door natuur- en vogeldeskundigen blijkt dat er effecten kunnen zijn tijdens de bouwfase voor verschillende vogelsoorten. Zij nestelen bijvoorbeeld niet in de buurt van het bouwproject. Maar die effecten worden daarna, als de turbines draaien, veelal teniet gedaan. Er is, aldus het onderzoek, geen lange-termijn schade voor vogels. Het onderzoek benadrukt wel dat het noodzakelijk is - zoals ook de praktijk is - vooraf goed te kijken waar windturbines wel of beter niet geplaatst kunnen worden.

Omdat klimaatverandering een veel grotere dreiging voor vogelpopulaties vormt dan windmolens heeft de Engels Vogelbescherming (Royal Society for the Protection of Birds) een windmolen op zijn eigen terrein neergezet.