Windenergie op land

Vroeger gebruikte men windenergie om graan te malen, planken te zagen of om water te verplaatsen. Moderne windmolens worden gebruikt om elektriciteit mee op te wekken en worden windturbines genoemd.

Er komen steeds grotere windturbines, met masten van 100 meter of hoger. Windturbines gaan draaien vanaf windkracht 2-3 en worden stilgezet boven windkracht 10 om overbelasting te voorkomen.

Technologie

Wind is stromende lucht en deze bewegingsenergie kan omgezet worden naar elektriciteit. Dit is mogelijk met een windturbine. De wind oefent kracht uit op de wieken (rotorbladen) van een turbine, waardoor deze gaan draaien. De wieken (meestal 3 stuks) zitten vast aan de hoofdas. De draaiende beweging wordt eventueel versneld in een tandwielkast, die op zijn beurt een generator aandrijft. De generator wekt elektriciteit op, eigenlijk net zoals een dynamo op een fiets dat doet. De hoeveelheid elektriciteit die een turbine opwekt (capaciteit) hangt onder meer af van de hoogte van de turbine, de lengte van de wieken, de windsnelheid en de plaats waar de turbine staat.

Kental opbrengst

Een moderne windturbine voor op land heeft een vermogen van 3 MW en produceert circa 7 miljoen kWh elektriciteit per jaar. Dit is voldoende om ongeveer 2.000 huishoudens van stroom te voorzien.

Markt: Nederland en Europa

Nederland: Eind 2013 staat er in Nederland 2.693 MW aan windvermogen op land opgesteld. Alle turbines samen produceren ruim 4.000 GWh elektriciteit, genoeg om ongeveer 1.200.000 huishoudens (ongeveer twee miljoen personen), van stroom te voorzien.

Europa: eind 2013 staat er 110.700 MW aan windvermogen opgesteld. Koploper is Duitsland met meer dan 33.700 MW, gevolgd door Spanje met ruim 22.959 MW

Toekomst

Nederland: het opgestelde vermogen voor windenergie groeide de afgelopen jaren flink, een paar jaar achtereen bedroeg de groeispurt ongeveer 200 MW per jaar. In 2006 bedroeg de groei 18,5%. Over 2009 en 2010 vlakte de groei af. De doelstelling van 1.500 MW in 2010 die onder meer het Rijk en de provincies samen hadden afgesproken, is begin 2007 al gerealiseerd. Drie jaar eerder dus dan verwacht. Inmiddels is er een nieuwe doelstelling van 4.000 MW in 2012 (gebouwd of vergund). Daarna zal windenergie op land nog wat verder doorgroeien naar minstens 6.000 MW in 2020.

Dit gebeurt onder meer doordat oudere, kleinere turbines vervangen worden door moderne, grotere modellen. Deze ‘opschaling’ betekent ook vaak dat er minder nieuwe turbines in de plaats komen van de bestaande turbines. Die nieuwelingen leveren samen echter wel veel meer elektriciteit op dan de oudere, kleinere turbines. Een goed voorbeeld is de Oosterscheldekering. Daar werden verspreid over drie windparken 26 turbines door 15 modernere turbines vervangen, die in totaal 10 keer zoveel elektriciteit leveren.

Europa: de Europese windmarkt is in 2013 met 10% gegroeid. Dit is vooral te danken aan Duitsland (3.238 MW erbij) en het Verenigd Koninkrijk (1.883 MW erbij). Het opgesteld windvermogen groeit ook snel in het Verenigd Koninkrijk, Portugal, Frankrijk en Italië. Volgens de huidige trends wordt het geïnstalleerd vermogen in 2020 op 192.000 MW geraamd.

Deze tekst is een bewerking van een door Ecofys opgestelde fact sheet wind op land. Laatste aanpassing oktober 2014.