Na jaren van opstarten en plannen maken begint de ontwikkeling van windenergie op land op gang te komen. Het op land opstellen van 6.000 Megawatt (MW) productiecapaciteit windenergie wordt niet in 2020 behaald, maar in de periode tussen 2020 en 2023. Plannen zijn er al voor circa 7.200 MW.

Dat concludeert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) in de Monitor Wind op Land 2018. Minister Wiebes (EZK) en minister Ollongren (BZK) hebben deze eind vorige week naar de Tweede Kamer gestuurd. De monitor geeft de stand van zaken per einde 2018. Over 2017 werd nog een geplande capaciteit van bijna 6.900 MW verwacht.

Perspectief is duidelijk

De Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) onderschrijft het perspectief van groei wat er uit de cijfers naar voren komt en is positief over de ontwikkeling: Rik Harmsen, sectorspecialist windenergie: ‘Windenergie zal zich de komende jaren verder ontwikkelen als belangrijkste duurzame energiebron van Nederland. Nederland is een windland en we hebben wind als schone en efficiënte energiebron hard nodig in een duurzame toekomst. Deze cijfers en het toekomstperspectief wijzen de goede kant op.’

Regie in de regio

De monitor geeft aan dat er bij de ontwikkeling van windprojecten in de provincies vertraging kan optreden omdat er veel belangen en inzichten samenkomen, soms conflicteren. Harmsen: “Toch moet het ontwikkelen van windenergie op land in de regio’s gebeuren. Inwoners, gemeenten en bedrijven moeten hun regionale klimaat- en energiestrategieën samen uitwerken en hun duurzame energievoorziening samen vormgeven. Als sector vinden wij het belangrijk dat mensen meedenken over wat waar komt, dat zij betrokken worden bij de inrichting van hun eigen omgeving en dat alle betrokken partijen vroegtijdig met elkaar in gesprek gaan. Daar hebben we bestaande en nieuwe technieken voor nodig. We verwachten daar als sector windenergie op land en op zee een goede bijdrage te kunnen leveren”.