De in de Noordzee geplande windparken Hollandse Kust III en IV mogen definitief worden gerealiseerd. De Raad van State heeft eerder deze week de beroepen tegen de kavelbesluiten verworpen. De beroepen waren afkomstig van de Stichting Vrije Horizon, Stichting Verplaats Windmolens Hollandse Kust en een visser. Tegen de uitspraak die nu is gedaan is geen hoger beroep meer mogelijk. Ook de termijn dat andere partijen bezwaar kunnen maken is verstreken.

Door de uitspraak is de aanwijzing van de kavels  Hollandse Kust III en IV als windenergiegebied nu onherroepelijk. Guido Hommel, branchespecialist wind op zee bij NWEA: “We zijn blij met deze uitspraak van de Raad van State. Die bevestigt dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in het kavelbesluit alles goed heeft overwogen. Bovendien biedt de uitspraak zekerheid voor de windparkontwikkelaars die recent een tenderbod hebben gedaan voor de betreffende kavels.”

Op 10 januari 2019 werd deze locatie door een kavelbesluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat aangewezen voor windparken met een aansluitverbinding naar een nieuw hoogspanningsstation op de Maasvlakte. Het windpark Hollandse Kust III en IV voegt vóór 2023 700 MW windvermogen toe aan het Nederlandse elektriciteitsnet. In 2030 moet er 11.500 MW op de Noordzee opgesteld staan.

Op deze tender, de tweede subsidieloze aanbesteding van een windpark op de Noordzee, hebben vier partijen geboden. Rond de sluitingsdatum van de tender op 14 maart waren dat achtereenvolgens Vattenfall, het consortium Witwind met Shell, Eneco en Van Oord, Ørsted en het consortium Frontier waarin Engie, Green Giraffe en Investeringsfonds Meewind zitten.

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur en het hoogste rechterlijke college dat een uitspraak kan doen over een geschil tussen een burger en de overheid. Burgers kunnen alleen terecht bij de Raad van State als zij hun zaak eerst hebben bepleit voor de rechter. Lees hier de volledige uitspraak van de Raad van State.